Lynda Snel

Portfolio docentenopleiding Beeldende Kunst en Vormgeving

Category Archives: Onderwijskunde


Case motivatie

5 juni 2012 by lyndasnel

Motiveren, hoe doe je dat?

De ene leerling staat wel te trappelen voor het vak tekenen/handvaardigheid en de andere leerling niet. Hoe motiveer je als docent je leerlingen?

Motivatie, de wil om iets te bereiken, kan je volgens Herzberg omvatten in drie dimensies;

  • Eigenheid: die dingen waarvoor je je bed uit komt, die belangrijk voor je zijn.
  • Verwacht succes: hierbij is het vertrouwen in jezelf dat je iets kunt belangrijk en om succes te behalen moeten de belangrijke mensen om je heen je de ruimte geven voor missers en, nog belangrijker, je succes erkennen.
  • Tijd: het werkt heel motiverend het doel zo scherp mogelijk voor ogen te krijgen. Hoe scherper je iets ziet, hoe dichterbij het lijkt en daardoor krijg je het gevoel dat het doel haalbaar is.

Net als Vygotsky zegt Herzberg dat het van belang is om de leerling uit te dagen om één stap verder te komen dan zijn huidige niveau. Als je te lang op een niveau zit waarvoor je niet echt je best hoeft te doen zal dit niet motiverend werken. Maar als je overvraagd wordt zal de motivatie ook verminderen en tenslotte verdwijnen. In beide gevallen zie je iemand onderpresteren. Het doel moet dus haalbaar zijn voor alle leerlingen zodat ze het gevoel van groei en prestatie ervaren wat vaak de sterkste stimulans is bij leeractiviteiten.

Een andere bekende motivatietheorie is de behoeftepiramide van Maslow. Alle mensen hebben behoeften: behoefte aan vriendschappen, aan woonruimte, kleding enzovoort. Maslow heeft een motivatietheorie ontwikkeld op grond van de behoeften die iedereen heeft. Hij heeft de menselijke behoefte in kaart gebracht in de vorm van een piramide. De bodem van de piramide is de behoefte die het meest fundamenteel is. De behoefte die daarboven staat, kan pas aan bod komen als de vorige vervuld is.                                                                          

Ook Herzberg onderschrijft het belang van het creëren van veiligheid, het geven van waardering en erkenning door vooral te focussen op wat goed gaat en beter kan. Ruimte geven voor eigenheid zodat iedere leerling weet dat hij/zij gezien en gekend wordt als persoon is ook een belangrijk aspect om zo bovenaan de piramide te komen zodat je jezelf wil en kan ontplooien.

Hoe kan je (na het lezen van bovenstaande theorieën) als docent je leerlingen het beste benaderen zodat je leerlingen ontvankelijk worden oftewel openstaan voor jouw lessen:

  • Werk met concrete voorbeelden dichtbij de belevingswereld van de leerlingen.
  • Geef ruimte in de manier van aanpak en breng verschillen aan in niveau zodat iedere leerling het beste uit zichzelf kan halen.
  • Gebruik praktijkvoorbeelden om verbanden te leggen tussen het leren nu en het gebruik later.
  • Bied leerlingen de mogelijkheid om zelf onderwerpen binnen het vak aan te dragen.
  • Toon empathie naar je leerlingen.
  • Laat de leerling reflecteren op zijn eigen kunnen.
  • Zet je eigen enthousiasme in als inspiratiebron en heb altijd een optimistisch verwachtingspatroon van je leerling.
  • Geef positieve aandacht. Elke leerling heeft behoefte aan waardering.

Volgens mij is de meest gestelde vraag van leerlingen als het gaat om beeldende vorming:  waarom zou ik dat doen en wat heb ik daaraan? Leg je leerlingen dus uit dat tekenen meer is dan alleen maar tekenen. Door te tekenen leer je kijken. Goed en bewust kijken is een belangrijk aspect voor veel beroepen. Bijvoorbeeld als je architect wilt worden of fotograaf maar ook als verpleegster. Met je handen werken en verschillende technieken onderzoeken leert je te experimenteren. Je gebruikt je hersens dan ook op een andere manier waardoor je creatieve hersenen ontwikkeld. Creativiteit zorgt ervoor dat je problemen op verschillende manieren kan oplossen. Hierdoor wordt je flexibeler en ontwikkel je ook doorzettingsvermogen.
Daarnaast wordt tijdens beeldende vorming veel aandacht geschonken aan het reflecteren op je eigen werk en dat van anderen. Hierdoor leer je jezelf beter kennen en kan je beter onder woorden brengen wat je ergens van vindt. Ook het presenteren van je werk is een belangrijk onderdeel en hierdoor leer je om voor een groep mensen te spreken. Al deze competenties zijn van belang voor ieder toekomstig beroep.

Inzicht geven in het waarom is naar mijn mening zeer belangrijk en kan ervoor zorgen dat de leerling de opdracht sneller eigen zal maken en meer intrinsiek gemotiveerd zal zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat docenten die inspireren en laten voelen dat ze geïnteresseerd zijn in hun leerlingen het meest geliefd zijn. Docenten die inhoudelijk hun les goed verzorgen en voor afwisseling zorgen, weten hun leerlingen beter te motiveren dan anderen.

De belangrijkste motivatiekiller is de wijze waarop de docent communiceert met leerlingen. Erg belangrijk voor leerlingen is dat de docent zich niet met machtsvertoon boven de leerlingen plaatst. Leerlingen willen graag serieus genomen worden. Indien leerlingen respect, gelijkwaardigheid, betrokkenheid en een zekere mate van belangstelling voelen en ervaren, wordt de docent over het algemeen positief beoordeeld en is de motivatie het hoogst.

Als laatste tip:  houdt een enquête onder de leerlingen en vraag hen wat zij wel of niet motiverend vinden aan het vak. Zo krijg je nog meer handreikingen om de motivatie van de leerlingen te vergroten.

Posted in case motivatie |

Case pesten

5 juni 2012 by lyndasnel

Debbie, zo heet het meisje bij mij op de lagere school dat altijd werd gepest. Rood haar, sproeten, een bril en te dik. Daarbij was ze niet in staat om zichzelf te verdedigen en begon ze snel te huilen. Blijkbaar genoeg redenen om haar te pesten. En dat gebeurde dus regelmatig. Ze werd geplaagd met haar uiterlijk, gezegd dat ze lelijk en dom was en toen de sportjuf zei (waar alle leerlingen bij waren) dat ze te lomp was om te sporten was het hek van de dam…

Waarom wordt het ene kind wel gepest en de ander niet? Waarom werd Debbie gepest? Zeker niet alleen door haar uiterlijk. Er zijn veel te dikke kinderen met rood haar en sproeten die niet worden gepest. Het heeft meestal te maken met hun gedrag, hun gevoelens en de manier waarop ze zich uiten (sociaal onhandig). Een ander aspect is dat kinderen die gepest worden vaak andere dingen doen dan de meeste leeftijdgenoten in hun omgeving. Ze zijn lid van de scouting en niet van een sportclub (of andersom). Ze spelen accordeon en geen piano (of andersom). Ze zijn goed in taal of juist niet.

Het grootste probleem van Debbie was dus niet haar uiterlijk maar het feit dat ze sociaal onhandig was en dat ze zichzelf niet kon verdedigen. Ze was angstig en onzeker in de groep en ze durfde niks te zeggen omdat ze bang was om uitgelachen te worden. En als ze iets zei was dat meestal weer net het verkeerde. Doordat Debbie ook snel begon te huilen wisten de pesters dat ze een geschikt slachtoffer hadden gevonden.

Pesten is bedreigend en gebeurt heel bewust om iemand te raken. Er wordt bewust een slachtoffer gekozen. Het slachtoffer gaat zich waardeloos en alleen voelen. Het pesten gebeurt dagelijks , systematisch en voor een lange tijd. Er is altijd wel aanleiding te vinden om te pesten. De pester doet het meestal niet alleen, maar heeft meelopers, die op deze manier hopen zelf niet gepest te worden.  Pestgedrag komt vaak voort uit eigen onzekerheid. Een pestkop wil vaak eigen onmacht en zwakheid verbloemen. Veel pestkoppen hebben een negatief zelfbeeld dat zij overschreeuwen met bravoure, tegenover een leerling die zij als “zwakker” beschouwen. Op die manier proberen pestkoppen voor zichzelf een hogere plaats in de groep (“de pikorde”) te verwerven. Het kan ook zijn dat ze andere kinderen pesten om te voorkomen dat ze zelf gepest worden.

Wat kan je als school en ouders doen tegen pesten? In de eerste plaats is het belangrijk om het bespreekbaar te maken en het als een probleem te zien.

Het volgende moet namelijk doorbroken worden;

  1. De ‘samenzwering om te zwijgen’(iedere of bijna iedere leerling weet dat er in de klas wordt gepest, maar niemand durft het aan de leerkracht te vertellen uit angst om voor verklikker te worden aangezien).
  2. Het ‘omstandersdilemma’ (leerkrachten en/of ouders zien of weten dat er in de klas wordt gepest, maar vragen zich af of zij het moeten aankaarten).
  3. De neiging van allen (leerkrachten, pester, rest van de klas en de ouders) het slachtoffer de schuld of een gedeelte van de schuld geven.

Deze drie mechanismen zijn in feite attituden die we moeten proberen te veranderen door aandacht te geven aan het onderwerp. Dit kan tijdens kringgesprekken, mentorgesprekken of tijdens een project. Pak het niet persoonlijk aan maar bespreek met heel de klas hoe zo’n probleem opgelost kan worden.

Een attitude bestaat uit drie componenten; een cognitieve (kennis over pesten verschaffen), conatieve (aanpak en regels met elkaar afspreken) en een emotioneel-affectieve component (de gevoeligheid van het probleem voor iedereen vergroten).
Wanneer men attituden wil veranderen moet men bij de aanpak van het probleem alle drie de componenten aan bod laten komen, waarbij de nadruk moet liggen op de emotioneel-affectieve component.

Dit laatste kan men op verschillende manieren doen:

  • een poppenspel opvoeren.
  • leerlingen laten deelnemen aan een toneelstuk over pesten en dit laten opvoeren voor de ouders.
  • boeken over anders zijn en pesten voorlezen of laten lezen.
  • aan den lijve – doormiddel van een rollenspel – laten ervaren hoe het is om buitengesloten te worden.
  • naar filmpjes kijken van gesprekken met kinderen die gepest worden en/of van ouders met kinderen die worden gepest.
  • brieven laten lezen van slachtoffers of ex-slachtoffers.

Het is heel belangrijk dat alle drie de componenten aan bod komen. Dat betekent dat er kennis en achtergrondinformatie verschaft moet worden m.b.t. pesten. Wat is pesten en waarom wordt er gepest? Daarnaast moet er dwang gebruikt worden. Er worden duidelijke afspraken gemaakt en wanneer blijkt dat leerlingen zich hier niet aan houden (en dus blijven pesten), zullen zij begeleid worden tijdens een verplichte sociale-vaardigheidstraining. Hierbij leren zij om op een andere manier met hun leeftijdsgenoten om te gaan.

Voor de ouders van het gepeste kind is het belangrijk om er thuis over te praten. Laat vertellen wat er allemaal gebeurt door wie, wanneer en waar. Belangrijk is om het verhaal serieus te nemen en het kind te laten merken dat het geen schuld heeft aan het pesten. En stimuleer vooral het kind dingen te doen waar hij/zij goed in is om zo het zelfvertrouwen te vergroten.

Posted in case pesten |